Uitzendarbeid moet écht tijdelijk zijn
Uitzendarbeid moet écht tijdelijk zijn

Uitzendarbeid moet écht tijdelijk zijn

Uitzendarbeid moet écht tijdelijk zijn

De Hoge Raad heeft op 21 november 2025 een belangrijke uitspraak gedaan over uitzendarbeid. In het arrest ECLI:NL:HR:2025:1733 maakt de Hoge Raad duidelijk dat uitzendarbeid alleen is toegestaan als het werk daadwerkelijk tijdelijk van aard is. Langdurige inzet van uitzendkrachten bij dezelfde inlener kan leiden tot misbruik van de uitzendconstructie.

Deze uitspraak is van groot belang voor werkgevers, inleners en HR-professionals die werken met flexibele arbeid.

Waar ging de zaak over?

In deze zaak werkte een werknemer bijna dertien jaar onafgebroken als uitzendkracht bij dezelfde inlener. Dat gebeurde via opeenvolgende uitzendovereenkomsten. De uitzendkracht stelde dat sprake was van misbruik, omdat het werk feitelijk structureel was en niet tijdelijk.

Het gerechtshof gaf de werkgever eerder gelijk. Volgens het hof rechtvaardigde de algemene behoefte aan flexibiliteit het langdurige gebruik van uitzendarbeid. De Hoge Raad corrigeert dat oordeel.

Wat oordeelt de Hoge Raad?

De Hoge Raad benadrukt dat uitzendarbeid op grond van de Europese Uitzendrichtlijn alleen is toegestaan wanneer het werk een tijdelijk karakter heeft. Dat tijdelijke karakter moet steeds daadwerkelijk aanwezig zijn, ook als sprake is van meerdere opeenvolgende opdrachten.

Het enkele feit dat formeel steeds nieuwe uitzendovereenkomsten worden gesloten, betekent niet automatisch dat het werk ook tijdelijk is. De feitelijke situatie staat centraal.

Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de duur van de inzet een belangrijk aanknopingspunt is. Een zeer lange inzet, zoals in deze zaak bijna dertien jaar, kan op zichzelf een aanwijzing zijn dat geen sprake meer is van tijdelijke arbeid. Hoe langer een uitzendkracht bij dezelfde inlener werkt, hoe zwaarder de motivering moet zijn waarom het werk toch tijdelijk zou zijn.

Ook maakt de Hoge Raad duidelijk dat een algemene behoefte aan flexibiliteit geen objectieve rechtvaardiging vormt. Werkgevers moeten concreet kunnen aantonen dat het werk waarvoor de uitzendkracht wordt ingezet tijdelijk van aard is en niet behoort tot de structurele bedrijfsvoering.

Waarom is deze uitspraak zo belangrijk?

Met deze uitspraak zet de Hoge Raad een duidelijke lijn uit. Uitzendarbeid mag niet worden gebruikt als structurele oplossing voor structureel werk. Rechters moeten kritisch toetsen of de uitzendconstructie niet wordt ingezet om vaste dienstverbanden te vermijden.

De uitspraak sluit aan bij eerdere rechtspraak, maar scherpt de toets aan. Met name langdurige plaatsingen bij één inlener komen nadrukkelijk onder het vergrootglas te liggen.

Gevolgen voor werkgevers en inleners

De uitspraak heeft directe gevolgen voor de praktijk. Werkgevers die langdurig gebruikmaken van uitzendkrachten doen er verstandig aan om te beoordelen of het werk daadwerkelijk tijdelijk is gebleven. Het is belangrijk dat objectieve redenen voor de inzet van uitzendarbeid goed worden onderbouwd en vastgelegd.

Wanneer uitzendkrachten jarenlang dezelfde werkzaamheden verrichten binnen de vaste organisatie, neemt het risico toe dat sprake is van misbruik van de uitzendconstructie. Dat kan leiden tot juridische procedures en mogelijk tot herkwalificatie van de arbeidsrelatie.

Conclusie

Met het arrest ECLI:NL:HR:2025:1733 geeft de Hoge Raad een helder signaal af. Uitzendarbeid moet echt tijdelijk zijn. De enkele wens om flexibel te blijven, is onvoldoende om langdurige inzet van uitzendkrachten te rechtvaardigen.

Voor werkgevers en inleners is deze uitspraak een duidelijke aanleiding om kritisch te kijken naar de inrichting van de flexibele schil en om te beoordelen of het gebruik van uitzendarbeid nog binnen de wettelijke kaders past.

Meer weten? Neem contact met ons op!