Proeftijdbeding: dit gaat er vaak mis
Proeftijdbeding: dit gaat er vaak mis

Proeftijdbeding: dit gaat er vaak mis

Een proeftijdbeding lijkt vaak een standaard onderdeel van een arbeidsovereenkomst. Toch gaat het in de praktijk regelmatig fout. Bijvoorbeeld doordat een te lange proeftijd wordt afgesproken of omdat het proeftijdbeding niet aan de wettelijke eisen voldoet. Dat kan grote gevolgen hebben voor zowel de werkgever als de werknemer.

Wanneer is een proeftijdbeding geldig?

Een proeftijdbeding moet voldoen aan wettelijke voorwaarden. Zo moet het proeftijdbeding schriftelijk worden vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. Ook gelden er wettelijke regels voor de maximale duur van de proeftijd.

Bij een arbeidsovereenkomst korter dan zes maanden mag geen proeftijdbeding worden opgenomen. Bij een tijdelijk contract van langer dan zes maanden geldt meestal een maximale proeftijd van één maand. Alleen in specifieke gevallen, zoals bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, mag een proeftijd van twee maanden worden afgesproken.

In de praktijk gaat het hier nog regelmatig mis. Zo wordt soms een te lange proeftijd opgenomen of wordt een oud modelcontract gebruikt zonder controle van de actuele wetgeving.

Een onjuist proeftijdbeding is nietig

Wanneer een proeftijdbeding niet voldoet aan de wettelijke eisen, is het beding nietig. Dat betekent dat het proeftijdbeding juridisch gezien nooit heeft bestaan.

Wordt een werknemer vervolgens tijdens die proeftijd ontslagen, dan kan de werkgever zich dus niet beroepen op de regels van een geldig proeftijdbeding. Voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst gelden dan de normale ontslagregels. Dat betekent dat een werkgever de arbeidsovereenkomst niet zomaar mag opzeggen zonder instemming van de werknemer, toestemming van het UWV of ontbinding door de kantonrechter op grond van artikel 7:671 BW.

Wat kan een werknemer doen bij een ongeldig proeftijdbeding?

Als een werknemer wordt ontslagen op basis van een ongeldig proeftijdbeding, kan hij of zij de opzegging laten vernietigen. De werknemer kan daarvoor binnen twee maanden een verzoekschrift indienen bij de kantonrechter op grond van artikel 7:681 BW.

Die termijn is een vervaltermijn. Dat betekent dat een werknemer op tijd actie moet ondernemen. Na afloop van die termijn vervalt de mogelijkheid om vernietiging van de opzegging te verzoeken.

In sommige gevallen kan daarnaast aanspraak bestaan op doorbetaling van loon.

Controleer een proeftijdbeding altijd goed

Een proeftijdbeding lijkt misschien een formaliteit, maar fouten komen nog vaak voor. Omdat de wettelijke regels strikt zijn, kan een onjuist proeftijdbeding grote juridische gevolgen hebben. Een zorgvuldige controle van het proeftijdbeding voorkomt veel discussie en procedures achteraf.

Meer weten? Neem contact met ons op!