Over juridisering – en waarom ‘recht hebben’ zelden hetzelfde is als ‘verder kunnen’
In veel conflicten gebeurt iets opmerkelijks. Wat begint als een praktisch probleem – een misverstand, een teleurstelling, een botsing van verwachtingen – verandert langzaam in een juridisch vraagstuk. Niet omdat het meteen om rechten en plichten móét gaan, maar omdat partijen zich onveilig, niet gehoord of tekortgedaan voelen. En dan verschuift de focus: van “hoe komen we hier samen uit?” naar “wie staat er in zijn recht?”
Dat moment is vaak kantelend. Vanaf daar wordt gelijk krijgen belangrijker dan eruit komen.
In mijn praktijk zie ik dit dagelijks terug, in het arbeidsrecht, het huurrecht en het verbintenissenrecht. Steeds weer hetzelfde patroon: standpunten verharden, communicatie verschraalt en wat ooit oplosbaar was, wordt een dossier.
Arbeidsrecht: van gesprek naar stellingname
Een werknemer voelt zich structureel overvraagd. Een werkgever ervaart dat iemand niet meer meebeweegt. In plaats van het ongemak te benoemen, wordt er gewacht. Totdat de ziekmelding komt. Of het verbetertraject. Of de advocaat.
Dan verandert de toon.
“Ik heb recht op bescherming.”
“Wij hebben recht op inzet.”
“Ik sta juridisch sterk.”
“Dan gaan we dat uitzoeken.”
Wat eerst een gesprek had kunnen zijn over werkdruk, verwachtingen of vertrouwen, wordt een juridisch schaakspel. Er worden brieven geschreven waar geen ruimte meer in zit. Elk woord is zorgvuldig gekozen, maar niets verbindt nog.
En ja: soms móét het juridisch. Maar vaak zie je dat beide partijen onderweg iets verliezen: de mogelijkheid om samen verder te gaan, of om in redelijkheid uit elkaar te gaan.
Huurrecht: wie mag waar wonen – en tegen welke prijs?
Ook in het huurrecht zie je dit mechanisme. Een huurder die zich niet gehoord voelt over gebreken. Een verhuurder die zich miskend voelt in zijn positie. Wat begint met een lekkende kraan of een discussie over huurprijs, eindigt in:
- ingebrekestellingen
- opschorting
- dreiging met ontbinding
De communicatie wordt juridisch correct, maar relationeel leeg. Elk bericht is een bewijsstuk. Elk contact een potentiële misstap.
Terwijl de vraag vaak simpel was: hoe zorgen we dat deze woon- of verhuursituatie weer werkbaar wordt?
Die vraag verdwijnt zodra gelijk krijgen het hoofddoel wordt.
Verbintenissenrecht: contracten als wapen
In contractuele verhoudingen – samenwerkingen, opdrachten, koopovereenkomsten – zie je hetzelfde. Partijen grijpen naar het contract als schild:
“Artikel 7 zegt dit.”
“Dan heb jij je verplichtingen geschonden.”
“Wij zijn dus niet meer gebonden.”
Het contract, ooit bedoeld om helderheid te geven, wordt een wapen. Niet om de relatie te dragen, maar om de ander te fixeren.
En opnieuw geldt: juridisch kan dat kloppen. Maar praktisch? Emotioneel? Relationeel?
Daar ontstaan vaak alleen maar verliezers.
Het spanningsveld tussen recht en herstel
Als advocaat weet ik hoe belangrijk het is om je juridische positie te kennen. Als mediator zie ik wat er gebeurt wanneer mensen daarin vastlopen.
Het recht biedt kaders. Het geeft bescherming. Het is soms noodzakelijk.
Maar het is zelden een herstelinstrument.
Procedures zijn ontworpen om knopen door te hakken, niet om vertrouwen te herstellen. Ze bepalen wie gelijk krijgt, niet hoe mensen verder moeten.
En toch hopen partijen daar vaak onbewust op:
Dat de rechter zegt wie fout zat – en dat het dan weer goed voelt.
Dat gebeurt bijna nooit.
Terug naar beweging
De vraag die onder veel conflicten ligt, is niet:
“Wie heeft er gelijk?”
maar:
“Hoe komen we hier uit zonder elkaar verder kwijt te raken?”
Dat vraagt iets anders dan stellingname. Het vraagt ruimte. Taal die niet alleen juridisch klopt, maar ook menselijk is. En soms een derde die niet oordeelt, maar vertraagt.
Niet elk conflict is te herstellen. Niet elke relatie kan blijven bestaan.
Maar bijna elk conflict kan zorgvuldiger worden afgerond dan via strijd.
Gelijk krijgen is soms nodig.
Verder kunnen is bijna altijd belangrijker.
Waar Kantoor Dreef voor staat
Kantoor Dreef staat voor heldere, zorgvuldige conflictoplossing.
Als advocatenkantoor wordt opgekomen voor het juridische gelijk van cliënten in het arbeidsrecht, huurrecht en verbintenissenrecht. Soms is dat noodzakelijk. Soms is procederen de enige weg om rechten te beschermen.
Tegelijkertijd laat de mediationpraktijk zien wat er gebeurt wanneer mensen zich ingraven in hun gelijk – en hoe zelden een procedure herstelt wat al beschadigd is.
Juist in dat spanningsveld onderscheidt Kantoor Dreef zich. Niet door het recht los te laten, maar door verder te kijken dan het juridische kader alleen. Door te herkennen wanneer een conflict gebaat is bij begrenzing, en wanneer bij beweging.
Dat leidt tot keuzes die niet alleen juridisch correct zijn, maar ook werkbaar:
– voor voortzetting waar dat nog mogelijk is,
– voor herstel waar dat kan,
– en voor zorgvuldige afronding waar wegen scheiden.
Kantoor Dreef biedt richting in conflicten – met oog voor recht én relatie. Meer informatie: neem contact met ons op!
